Het maken van kledingstukken en het versieren van stoffen
werd al in de vroegste tijden beoefend. Naaien, breien, weven,
spinnen was voornamelijk een bezigheid voor vrouwen in de
thuissituatie. Het was een noodzaak en daarom werden deze
handvaardigheden vanzelfsprekend doorgegeven van moeder
op dochter. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw, een periode
van grote armoede, is handwerken als vak ingevoerd in het lager
onderwijs. Het doel was om de meisjes al vroeg de basistechnieken
te leren die nodig waren voor het maken en verstellen van kleding
en beddengoed: naaien, breien, haken, stoppen, mazen.

Tot 1974 was nuttig handwerken een verplicht vak voor meisjes
en velen herinneren zich nog de vele werkjes die met bezwete
handen (en soms ook met betraande ogen) in de schoolbanken
werden gemaakt.
In de loop der jaren heeft het Onderwijsmuseum Educatorium
Ootmarsum
veel handwerkmateriaal verzameld zoals fraaie
merklappen, gebreide sokjes, genaaide broekjes,
gehaakte tasjes,
stekenlappen, lesboeken en werkschriften. Hoog tijd dus om
daar nu een speciale expositie
aan te wijden. Uiteraard liggen
de naalden klaar voor wie het zelf nog eens wil proberen.
Ook kan men
brei- en naaiwerkjes in de hand nemen en zo
herinneringen ophalen.
De expositieruimte is goed toegankelijk voor minder-validen.